0

Het Nieuwe Werken, deel 2

Mijn vorige blogpost heeft in een deel van onze organisatie wat los gemaakt. Op één afdeling worden nu concrete stappen gezet in de richting van het nieuwe werken (HNW). Op die afdeling werd mijn blogpost ook aandachtig gelezen. Tegelijkertijd verscheen in het universeitsblad van Wageningen UR, Resource, een artikel. Hierin worden de eerste ervaringen beschreven van onze andere collega’s van het Facilitair Bedrijf. Zij betrokken in december een nieuw gebouw waarin de werkplekken zijn ingericht volgens HNW.

Ook kreeg ik op mijn vorige blogpost een reactie van een collega, tevens lid van het managementteam in de bibliotheek waar ik werk. Ze stuurde mij volgende reactie: “Leuk artikel! Ook leuk om wat meer te lezen over de werkzaamheden van een collega. Je richt je hier vooral op thuiswerken als invulling van HNW. Heb je ook al nagedacht over flexplekken? Het lijkt er toch op dat onze werkgever dat een belangrijk aspect vindt van HNW.”

Graag wil ik door middel van een extra blogpost in gaan op haar vraag.
De realiteit van HNW in onze organisatie is dat we wel naar ons werk blijven komen, maar dat gebouw op een andere manier in gaan delen. Het Facilitair Bedrijf van onze organisatie heeft enkele maanden een gebouw geopend waarin flexplekken zitten. Persoonlijk vind ik dat wel wat beperkt. Niet alleen uit eigenbelang, maar ook omdat er op het gebied van mobiliteit en duurzaamheid nog heel veel te winnen valt in een groene organisatie als de onze. In deze blogpost ga ik daar niet verder op in. Ik richt me nu op de realiteit, zoals die bij ons is.

Ervaringen

Hoe zijn de ervaringen van onze andere collega’s van het Facilitair Bedrijf? Over het algemeen wordt ervaren dat het prettig is om meer en beter contact te hebben met collega’s van andere afdelingen. Dat zou voor de bibliotheek zeer goed zijn. Het interessante van flexplekken is dat ik een plek naast of bij een collega van documentatie kan of moet zoeken (met hen werk ik veel samen). Ook hier komt een stukje cultuur om de hoek kijken, want dat zijn we in onze organisatie niet zo gewend. Misschien is het juist daarom wel een goed idee.
In het andere gebouw zijn er ook nog plekken om te wii-en. Ik ben dol op wii-en, maar moet wel, net als veel van mijn collega’s wennen aan het idee. “Niet wii-en, maar werken” is de eerste gedachte die in mij opkomt. Maar ik laat mij dolgraag van het tegendeel overtuigen. Ik kan me er wel wat bij voorstellen als er een productiedipje aan dreigt te komen om 14.00 uur. Misschien dat ik daarvoor in ruil dan die theepauze van 15.00 uur over sla.

Zoals ik in mijn eerdere blogpost al aangaf: ik kan mijn werk heel makkelijk op pakken en op een willekeurige andere plek in het gebouw gaan zitten. Dat kan nu al. Wel is het zo dat ik in mijn functie veel uren op één en dezelfde plek door zal brengen. Ik zal behoefte blijven hebben aan een plek met computer of een dockingstation voor de laptop. Als ik de ervaringen van de collega’s in het andere gebouw goed lees, dan is het wel raadzaam om direct bij die laptopwerkplekken beeldschermen te installeren.

Op één ding hoop ik wel. HNW wordt bij ons vooral langs de lijn van werkplekken ingevuld. Af en toe hoor je wel eens verhalen dat mensen extra vroeg op kantoor zijn om te zorgen dat ze maar vooral de gewenste werkplek kunnen vinden. Op twee dagen in de week ben ik pas om 9.15 uur op het werk. Dat leverde tot nu toe nooit problemen op met het vinden van een werkplek. Ik hoop dat dat zo blijft. In het andere gebouw waren de plekken om 8.30 uur vaak al bezet.

Mijn eigen behoeften

Ik moet regelmatig overleggen over mijn werkstroom en hoe we dingen netjes en goed terugvindbaar opslaan in ons e-depot. Als mijn collega’s en ik gewoon op kantoor zijn is dat geen enkel probleem: ik loop even naar ze toe. Als mijn collega’s ook aan HNW gaan doen en niet altijd op locatie zijn dan wordt een telefoon weer belangrijker.

Wat is er nodig?

Concreet:


  • Overlegplekken
  • Belplekken
    Er zijn geen rustige bel- en overlegplekken op dit moment in ons gebouw en dat is op maan- en dinsdagen een probleem.
  • Laptop
  • Eenvoudige mobiele telefoon.
  • Een plek waar ik waardevolle spullen of persoonlijke zaken afgesloten op kan bergen (kluisje/ladenblok op wieltjes). Een heel enkele keer neem ik een Ipad mee. Die moet ik achter slot en grendel op kunnen bergen, evenals mijn privé mobiele telefoon. Ook al werken we hier op een “gesloten” afdeling: je moet nog steeds voorzichtig zijn met je persoonlijke eigendommen. Ook heb ik op mijn werk wel eens een setje kleren liggen voor als ik op de fiets naar het werk kom. Die spullen wil ik ook straks gewoon weer op kunnen bergen.
  • Een eenvoudige documentmap om mijn fysieke inbakje te vervangen.
    Een andere vraag die bij mij op komt is: dit is de hardware (laptops, telefoons e.d.). HNW vraagt ook om een andere manier van werken. Je moet het goed plannen. Misschien dat daar door middel van cursussen ook aandacht aan besteed zou kunnen worden.

Tot slot

Al met al denk ik dat ik geen dure klant hoef te zijn voor de organisatie. In het gebouw zullen naarmate HNW meer ingeburgerd raakt, meer en meer aanpassingen gedaan moeten worden.
Wij moeten goed kijken naar de ervaringen die onze collega’s in het andere gebouw op doen en daarvan leren om dingen direct goed te doen. Vervolgens zullen we de vinger goed aan de pols moeten blijven houden om te zien of bijsturing noodzakelijk is. Mijn indruk is dat dit in het andere gebouw goed geregeld is: hier wordt door middel van enquetes, evaluaties en onderzoeken gemonitord wat de problemen zijn. Naar aanleiding daarvan wordt gezocht naar concrete oplossingen (een aangepaste bureaustoel, beeldschermen op iedere werkplek) zonder concessies te doen aan het concept en zonder uitzonderingen te maken.

2

Hoe zou een dag van mijn Nieuwe Werken er uit zien?

Het Nieuwe Werken (HNW). Er is al veel over gezegd en geschreven. Ook binnen mijn organisatie is men er mee bezig en ook binnen de bibliotheek wordt er heel voorzichtig over nagedacht. Ik heb er veel over gelezen. Prachtige dingen ben ik tegen gekomen. Over werken vanuit je tas, flexplekken, pomodoro's, remember the milk, etcetera. Ik vind het erg interessant allemaal, maar de meeste artikelen zijn geschreven door mensen die veel belangrijker zijn dan ik. Mensen die een breder takenpakket hebben: veel afspraken en vergaderingen hebben en meer reizen dan ik.

Regelmatig vraag ik me af of het ook wat voor mij als gewone medewerker zou kunnen zijn. Los van de vraag of mijn baas of organisatie het zou willen. Graag zou ik in dit artikel HNW heel concreet willen vertalen naar mijn eigen werksituatie. Bij mijn zoektocht naar leesvoer over HNW stuite ik op een blogpost van Roemer Visser van Microsoft. Hij beschreef een werkdag met HNW. Ik heb het proberen te vertalen naar mijn situatie en ik kwam tot een paar verrassende eerste conclusies.

Mijn werkzaamheden

In mijn ogen ziet HNW er voor iedereen heel anders uit. Het hangt af van jouw persoonlijkheid en van je functie. Iemand met veel verschillende werkzaamheden, veel afspraken en veel vergaderingen zal ook veel verschillende werkplekken hebben. Een collega die in de frontoffice baliediensten draait, heeft niets aan HNW.

Mijn werkzaamheden zijn voor wat betreft HNW niet spectaculair. Ik koppel pdfbestanden aan titelbeschrijvingen in onze database. Beheer het e-depot, samen met een aantal andere collega's
Binnen de bibliotheek heb ik een volledige backofficefunctie waardoor ik in hoge mate in staat ben om tijd en plaatsonafhankelijk te werken. Alhoewel ik mij er van bewust ben dat HNW meer is dan thuiswerken, zal voor mij persoonlijk HNW vooral neerkomen op thuiswerken: ik heb nauwelijks externe afspraken of vergadermomenten.

Wat heb ik nodig:


  • software: toegang tot gmail, tot mijn werkmail.
  • een internetbrowser, omdat al onze applicaties worden ontworpen voor Internet Explorer is het fijn als die er in ieder geval bij zit, alhoewel ik in de praktijk ook veel gebruik maak van Firefox en Chrome. Het enige speciale programma wat ik nodig heb is Adobe Acrobat Professional. Dat is voor mij heel belangrijk om tijdschriftartikelen te kunnen knippen, kleiner te maken o.i.d. Weliswaar krijg ik vaak papieren versies van tijdschriften die gelinkt moeten worden in mijn fysieke inbakje, maar ik heb ze niet persé nodig.
  • Toegang tot mijn tijdschrijfprogramma. Op dit moment kan dat helaas niet via het web. Met een laptop kan dit probleem worden ondervangen.
  • Toegang tot onze medewerkerbutton is ook handig, ook dit kan op het moment niet via het web. Ook dit probleem kan met een laptop worden ondervangen.
  • een computer. Mijn werk kan ik ook heel goed doen met de computer thuis, maar een laptop is beter. Deze kun je overal mee naar toe nemen en je hebt altijd de juiste software bij de hand. De hard- en software kan makkelijk worden beheerd door onze eigen ICT-afdeling.
  • een eenvoudige mobiele telefoon. Het is belangrijk dat ik kan overleggen over mijn werkzaamheden. Ik moet af kunnen stemmen over de prioritering van mijn werk, hoe we bepaalde problemen oplossen, hoe we werk verdelen. Op die dagen kan ik mijn vaste toestel doorschakelen naar mijn mobiel, zodat ik ook daadwerkelijk bereikbaar ben;
  • eventueel: documentmap om tijdschriften in mee te kunnen nemen.
  • een goede werkplek. Op mijn werk is dat helemaal geregeld. Thuis moet ik misschien nog eens kritisch kijken naar de inrichting van de werkplek daar.


Ik heb wel wat ervaring opgedaan met het thuiswerken. Ik heb geleerd dat het van groot belang is dat je dat daar op een rustige plek kunt doen en niet gestoord wordt door andere gezinsleden en dat je goed in plant op welke momenten je uren wilt maken.

Het Oude werken

Hoe werk ik op dit moment? Ik werk 24 uur per week. Op maandag 4 uur, op dinsdag 8 uur, op donderdag 4 uur en op vrijdag 8 uur. Op maandag en donderdag breng ik de kinderen naar school en ben ik om 9.15 uur op het werk en werk vervolgens door tot 13.30 uur, rijd dan naar huis en haal om 15.30 uur de kinderen van school.

Het nieuwe werken

Ik begin voorzichtig. Ik was benieuwd hoe het er in de praktijk uit zou zien als ik op maandag en donderdag thuis zou gaan werken in plaats van op het werk. Ik heb twee willekeurige dagen uit mijn agenda gepikt: één normale werkdag en een werkdag waarop ik ook nog een andere afspraak heb.

Op die dagen breng ik de kinderen naar school en kan vervolgens om 9.00 uur aan de slag tot 15.00 uur. Ik kan dan dus 6 uur maken: iets wat met heen en weer reizen absoluut onmogelijk is. Als het nodig zou zijn kan ik zelfs tussen 19.00 uur en 21.00 uur twee uur extra maken om aan een achturige werkdag te komen.

Een ander voorbeeld. Binnenkort heb ik op een donderdag van 9.00 uur tot 11.00 uur een privé-afspraak. In de huidige situatie neem ik dan vrij. In het nieuwe werken zou dit er als volgt uit zien: Ik start met werken om 12.00 uur, omdat ik mij nog moet verplaatsen van mijn afspraak naar thuis. Vervolgens kan ik doorwerken tot 15.00 uur. Tussen 21.00 uur en 22.00 uur ben ik in staat om nog een uur te werken om zo mijn vier uren vol te krijgen.

Wat levert het op?

Het levert op dat ik twee dagen niet in de file sta, die er onvermijdelijk is, vooral in de avonduren. Het scheelt mij twee dagen brandstofkosten en op jaarbasis levert mij persoonlijk dat heel veel geld op: ook omdat ik daardoor minder onderhoudskosten aan mijn auto heb. Op de dagen dat ik vier uur werk, nemen de autoritten relatief veel tijd in beslag.

Ik kan in ieder geval veel efficiënter met mijn uren omspringen. Dit geldt in het bijzonder voor de dagen dat ik vier uur werk.

In het tweede voorbeeld levert het op dat ik die dag toch gewoon vier uur kan werken. Nu neem ik daarvoor vrij, maar het werk blijft toch liggen. De rest van de dag hang ik dan thuis rond.

Cultuur

Alhoewel er binnen onze organisatie nagedacht wordt over HNW heeft HNW ook te maken met cultuur. Thuiswerken, en in de slipstream daarvan HNW, was op mijn oude afdeling redelijk gewoon. Weliswaar maakte de ene collega daar in de praktijk meer gebruik van dan de andere. In het bijzonder collega’s die ver van Wageningen wonen, maken daar graag gebruik van. Op de meer productiegerichte afdelingen in onze organisatie is thuiswerken “not done”. HNW stuit daar ook op de meeste weerstand.

Verder wordt het belangrijk om op output aan te sturen. Dus: aantallen aanleveren op met elkaar afgesproken tijdstippen kan in mijn werk heel prima.

Ik heb gelezen dat je er vooral geen project van moet maken. Misschien is het dan verstandiger om ruimte te geven aan mensen die daar wel oren naar hebben en ze te faciliteren.

0

Muziek oefenen met jezelf

Sinds dit jaar heb ik geen dwarsfluitles meer dus ik zal mijn boontjes zelf moeten doppen. Nu moest ik dat voor een belangrijk deel toch al zelf: ik moest natuurlijk mijn eigen muziek instuderen. In dit artikel wil ik graag beschrijven hoe ik dat doe.

Laat ik voorop stellen dat het verschil op zichzelf niet zo groot is. Je hebt iedere week of om de week een les of een repetitie en dan wordt je geacht je huiswerk te hebben gedaan. Het grootste verschil zit hem er in dat in de privéles je docent exact opgeeft wat je huiswerk voor de volgende les is. De dirigent bij de harmonie doet dat niet. Wel wordt je geacht te oefenen. Omdat de hoeveelheid stukken groot is en de stukken lang zijn moet je wel een keuze maken.

Wat studeer ik?

Ik kies er voor om de passages waar ik moeite mee heb goed te oefenen. Zo had ik in het begin moeite met een passage vol mollen. Die studeer ik in een rustig tempo in en in de loop der tijd voer ik het tempo op. Een passage met hoge noten? Ook die studeer ik in een rustig tempo in en voer dan het tempo langzaam op.

Dan zijn er ook nog passages waar de dirigent iets bijzonders mee wil. Momenteel zijn we bezig met een stuk waarin een f''' zit. Deze noot is voor mij een beetje lastig aan te zetten. Ik heb de slechte gewoonte om deze hard aan te zetten. Deze noot moet echter zacht zijn. Daar oefen ik speciaal op. In dit geval doe ik daar ook nog toonvormingsoefeningen bovenop.

Tenslotte zijn er dan ook nog passages waar ik zelf goed voor de dag wil komen. Dat is bijvoorbeeld in het geval van een solo.

In het begin is het zo dat ik probeer alle grepen/noten en ritmes goed in te studeren. Naarmate de tijd vordert en de basis is gelegd kun je dan ook gaan letten op een mooie toonvorming, dynamiek en articulatie.

Hoe studeer ik?

Met een volle agenda is het lastig om tijd vrij te maken. De vuistregel is dat ik iedere dag 30 minuten studeer. Ik studeer echter nooit 30 minuten achter elkaar. Ik splits het op in drie keer 10 minuten of twee keer 15 minuten: dat hangt af van hoe vaak ik kans zie om te studeren op een dag. Soms blijft het steken bij twee keer 10 minuten of één keer 15 minuten, het zij zo. Iets is beter dan niets. Ik probeer vaste tijden aan te houden om te studeren: als ik thuis kom na mijn werk, maar voordat ik de kinderen uit school heb gehaald en 's avond rond 19.00 uur/19.30 uur als de kinderen op bed liggen en voordat mijn vrouw zich voor de tv geïnstalleerd heeft. Dan heb ik de rust om te studeren.

Dan zijn er nog de hulpmiddelen. De methode om stukken langzaam in te studeren en dan het tempo op te voeren gebruikte ik twintig jaar geleden ook al. Toen gebruikte ik een “echte” metronoom. Omdat ik geen metronoom meer heb, gebruik ik daarvoor nu de Ipad. Het programma “metronome” helpt mij om passages steeds iets sneller en in het juiste ritme in te studeren.

De stukken van de harmonie krijgen we ook in de vorm van een mp3 aangeleverd. Je kunt ze in de auto in de file afluisteren. Je kunt ze ook gebruiken om het stuk op je eigen instrument mee te spelen. Ook die zet ik op de Ipad. Dat is goed om ook de andere lijnen in het orkest te leren herkennen. Ik speel ze bij voorkeur met de koptelefoon.

Soms zijn stukken echter te snel voor mij. Het stuk Berliner Luft, bijvoorbeeld, wordt een stuk sneller gespeeld op MP3 dan onze dirigent voor ogen heeft. Het tempo is voor mij te hoog gegrepen. En dus was ik op zoek naar een (liefst gratis) applicatie die het tempo wat kan verlagen, zonder de toonhoogte te veranderen (smurfeneffect). Hiervoor vond ik de applicatie Slow Notes. Hiermee kun je in percentages in stellen hoe snel het stuk afgespeeld moet worden. Het programma is bijzonder makkelijk in het gebruik.

Zijn er nog ambities voor de toekomst?

Nu ik een half jaar voor de harmonie speel en een eerste voorzichtige basis heb gelegd ben ik wat verder aan het kijken. Zo probeer ik momenteel stap voor stap marsen in te studeren, die we op repetitie vaak niet oefenen, maar die we wel ad-hoc spelen. Ik heb ze inmiddels in MP-3 formaat gedownload en kan ze gaan overkopiëren op de Ipad. Belangrijk is het niet te veel in één keer in te studeren, want de voorbereidingen op het nieuwjaarsconcert lopen ook nog gewoon door.

Een andere ambitie is het halen van de harmonie- fanfarediploma's. Het ironische is dat hier ook wat solfège bij komt kijken: mijn struikelpunt voor het conservatorium. Maar het geeft een doel. Ikzelf denk dat het mogelijk moet zijn voor mij om de diploma's A tot en met C te halen. En dan zien we wel verder. Hoeveel tijd we er voor nodig hebben? Geen idee. Dit betekent wel dat ik weer lessen moet gaan nemen.

Kortom: genoeg plannen voor de toekomst.

De foto bij dit blogbericht is afkomstig van Rachel Johnson (racheocity) via Flickr.

0

Eerste ervaringen met de Novox C20



De belangstelling voor en de verkoop van elektrische scooters lijkt op dit moment een vlucht te nemen. Dit wordt nog eens versterkt door een subsidieregeling van de provincie Gelderland voor de aanschaf van dergelijke scooters. Door deze subsidieregeling komt de aanschaf van zo'n scooter dichterbij. Om die reden wil ik graag op mijn weblog aandacht besteden aan de aanschaf van zo'n scooter en de ervaringen die wij er mee op hebben gedaan tot nu toe.

Overwegingen


Enkele maanden geleden kwamen mijn vrouw en ik tot de conclusie dat we graag nog een tweede snelle voertuig wilden hebben. Dit was nodig geworden, omdat onze jongste dochter sinds oktober naar de basisschool gaat. Om kinderopvang overbodig te maken hebben we geschoven met onze werktijden. De ouder die de kinderen weg brengt moet snel op zijn/haar werk kunnen zijn. Hierdoor is het voor ons praktischer als we de beschikking hebben over een tweede auto, motor of ...scooter. Een scooter was voor ons de goedkoopste en meest praktische oplossing. De scooter kunnen zowel mijn vrouw als ik gebruiken om mee naar ons werk te gaan. In de praktijk zal mijn vrouw hem het meest gebruiken om er mee naar haar werk in Nijmegen te rijden. Zelf moet ik naar Wageningen.

Na zoektochten op internet besloten we ons te gaan oriënteren bij Zoevers in Lent. Op internet had ik verhalen gelezen over (brom)fietszaken die de elektrische scooters “er bij” doen. In hun onkunde behandelden ze accu's verkeerd en gaven slechte adviezen. Om die reden wilde ik naar een zaak gespecialiseerd in elektrische scooters, waar ik bovendien nog de keuze had uit meerdere merken.

Ook hadden we besloten om ons te melden met het verhaal dat ik met de scooter naar mijn werk moest kunnen rijden: 28 kilometer enkele reis. En dat onder alle denkbare omstandigheden: ook in de winter bij vorst. Verder blijkt het op dit moment niet mogelijk te zijn om de scooter op mijn werk op te laden. Hiervoor wordt nog wel beleid ontwikkeld. Ik moet dus de retourafstand van ongeveer 60 kilometer op één accu af kunnen leggen. Dan komt er nog maar één scooter in beeld: de Novox C20 met Lithium 5500 W. accu. Ik wilde eigenlijk graag een 45 km/u scooter, zodat ik de afstand sneller kan overbruggen. Tenslotte moet het mogelijk zijn om een kind achterop te vervoeren. Dat laatste is bij geen enkele scooter een probleem overigens. Andere merken dan de Novox vielen af, omdat bij Novox wordt gewerkt met waterdichte stekkerverbindingen: iets wat essentieel is als je hem het hele jaar door wilt gebruiken.

Ervaringen

Inmiddels hebben we de eerste tweehonderd kilometer er bijna op zitten. Ik ben al een keer van mijn werk naar huis gereden met de scooter. Die afstand overbrugde ik in 1 uur en 5 minuten. Een stuk sneller dan wanneer ik met mijn fiets ga. Ik had wel geluk met de pont bij Randwijk: de reistijd kan dus nog wat oplopen .

We gebruiken de scooter voor veel korte ritten binnen onze woonplaats. Zo rijden we naar de voetbalclub of naar de muziekles. Ook is het mogelijk om iets verder te gaan, richting Nijmegen bijvoorbeeld. Het doel is om veel onzuinige korte autokilometers kwijt te raken en zo de auto in te zetten waar hij echt goed in is: lange afstanden.

Alledrie de kinderen zijn er al op mee geweest. Mijn oudste dochter van negen kan zo achter op en die vindt het prachtig. Het kan niet hard genoeg gaan. De jongste dochter van vier zit met een speciaal zitje achter op en die vindt het eveneens prachtig. Zoonlief van zeven moest nog wel even wennen, maar heeft nu ook de smaak te pakken.

Grotere bagage, zoals voetbal- of werktassen vervoeren we op het rekje achterop, met een spin of een netje. Ook onder de zitting is veel opbergruimte. Wij nemen de acculader niet mee tijdens het rijden en hebben daardoor veel ruimte voor een regenpak en twee sloten. En dan nog blijft er ruimte over voor een dun tasje of iets dergelijks.

Wel hebben we wat kleine ergernissen. Zo kregen we na een paar dagen de sleutel niet meer uit het slot. Na veelvuldig uitproberen is het uiteindelijk toch gelukt, maar de sleutel is verbogen. Op dit moment gebruiken we dan maar de tweede sleutel van de scooter.

Ook heb ik al rondgereden met omklappende spiegels. Dat was snel te verhelpen met steeksleuteltje nummer 14.

De buddyseat wil ook niet goed dicht. Die moesten we met een forse klap in het slot laten vallen. Het gevolg laat zich raden: na een paar dagen is het slot verbogen. We zijn nog aan het kijken of het ligt aan de rubbers die om de zadelbak heen zitten om het zadel waterdicht op de zadelbak aan te laten sluiten. Hier thuis woedt nog de discussie of het: a) een kwestie van wennen is (mening van de vrouw) of b) een kwestie van Chinese kwaliteit is (mijn mening). Met een vooruitziende blik is de onderdelenvoorziening voor reserveonderdelen overigens prima geregeld. Bijna de hele scooter kun je weer opnieuw opbouwen. De tijd zal moeten leren wie er gelijk heeft: mijn vrouw of ik.

Stallen en laden

Ook het stallen en laden van de scooter is een punt waarover je vooraf al na moet denken. Wij hebben momenteel geen ruimte in de schuur. Gelukkig kan de scooter wel door de poort van de achtertuin, zodat hij afgesloten achter het huis kan staan. We doen er een hoes over, zodat hij enigszins beschermd is tegen boze weersinvloeden van buitenaf.

Veel mensen vinden het maar niets, maar het opladen doen we bij ons in de keuken. Daartoe rijden we 's avonds laat de scooter onze keuken in. Voordeel is dat het laden bij kamertemperatuur gebeurt en dat zijn de meest ideale omstandigheden. We laden hem echter niet iedere keer bij als we even met de scooter gereden hebben. Dat wordt overigens wel geadviseerd voor de Lithiumversie. Wij laden om de paar dagen bij.

0

Muziek oefenen met je kind

Sinds twee jaar heeft mijn oudste dochter van negen jaar dwarsfluitles. Ze doet dat met best veel plezier, ook al is ze, zoals ze zelf zegt “gemaakt voor voetbal”. Om goed te leren dwarsfluiten moet ze veel oefenen. Dat is best wel eens moeilijk. Ik merk dat ze periodes heeft dat ze dat graag doet en periodes heeft waarin het allemaal wat moeizamer gaat. Wat me ook op valt is dat ik zelf daar invloed op uit kan oefenen. Hierin werd ik bevestigd toen ik korte geleden via de de website van het Nederlands Fluitgenootschap op een serie artikelen van Wieke Karsten stuitte. Wieke Karsten publiceerde deze artikelen in het blad Fluit in de nummers 2007-4 tot en met 2008-4. In alle artikelen staat het studeren van je kind centraal. Uit deze artikelen heb ik voor mezelf enkele tips gedistilleerd die ik hieronder wil bespreken.

Lichtend voorbeeld

Ik heb een voorsprong doordat ik zelf dwarsfluit speel. Ik probeer dagelijks drie maal tien minuten te oefenen. Dat betekent dat alle drie onze kinderen veel dwarsfluitmuziek horen. De invloed er van begin ik aan den lijve te ondervinden. Mijn zoon (7) wil graag slagwerker worden en ook mijn jongste dochter (4) heeft zich gemeld: zij wil graag viool gaan spelen. Een rode als het even kan. Ook vinden ze het leuk om op hun blokfluitjes door het huis heen te toeteren.
Dat ik zelf dwarsfluit speel heeft voordelen voor de begeleiding van mijn oudste dochter. Ik kan makkelijk een keer mee spelen als ze een stukje heeft dat ze moeilijk vindt. Daar vraagt ze ook om. Ook begrijp ik snel wat haar probleem is doordat ik zelf ook dwarsfluit speel.

Tip 1: Neem zelf ook (dwarsfluit) les

Dit is een leuke tip. Zelf ben ik tegelijkertijd met mijn dochter begonnen. Aanvankelijk was ik bang voor te veel competitie, maar inmiddels weet ik dat het eerder een stimulans is. Onze leertrajecten zijn compleet verschillend. Doordat ik al negen jaar blokfluitles had gehad had ik drie voordelen:


  1. ik kon al noten lezen
  2. ik kende de grepen al van de blokfluit
  3. door mijn ervaring wist ik al wat beter hoe ik moeilijke passages “te lijf” moet gaan.

Nadelen had ik ook:

  1. ik moest een compleet andere embouchure (mondstand) aanleren en het eerste jaar heb ik heel veel geworsteld om mooie tonen uit mijn dwarsfluit te krijgen. Mijn dochter heeft daar nauwelijks problemen mee gehad.
  2. Ik word ook een dagje ouder en leer langzamer dan mijn dochter. Dat wordt gemaskeerd doordat ik inmiddels al ingewikkelder stukken kan spelen dan mijn dochter, maar ik ga lang zo snel niet vooruit als zij.


Tip 2: Ga zelf mee naar de les

Mijn dochter heeft een dwarsfluitdocent die het prettig vindt dat ik mee naar de les kom. Dat is fijn. Hierdoor blijf je betrokken bij de vorderingen van je kind, kun je zien waar je kind moeite mee heeft en kun je zien hoe je je kind dingen aan kunt leren. Ook is het makkelijk voor het contact: om af te stemmen als er voorspeelavondjes zijn, als er iets met het instrument is of om een keer een misverstand tussen docent en kind op te helpen lossen. Overleg het wel met de docent: niet elke docent stelt het op prijs. En verder zorg ik dat als ik mee ga ik geen luidruchtige broertjes of zusjes mee neem.

Tip 3: Oefen samen

Als mijn dochter gaat oefenen probeer ik te zorgen dat ik tijd vrij heb om daadwerkelijk te kunnen helpen. Ik heb gemerkt dat dit het beste werkt. Als ik dat niet doe kan het zijn dat ze in een ongemotiveerde bui al na drie minuten de boeken dicht slaat met de mededeling dat ze nu wel al het huiswerk heeft door gespeeld. Meestal bedien ik het cd-apparaat, maar mijn dochter vraagt ook af en toe of ik mee wil spelen. Hetzij voor de gezelligheid, hetzij om ondersteuning te bieden bij een passage die zij moeilijk vindt. Als ze op en top gemotiveerd is speelt ze na het spelen van haar huiswerk nog wat langer door. Ze speelt dan stukjes die ze zelf leuk vindt.

Een leuke anekdote die hier bij hoort: enkele weken geleden had mijn dochter als huiswerk een sonatine op. Op de cd staan een langzame en snelle versie. Omdat zij deze sonatine al eerder had gespeeld, moest ze nu de snelle versie spelen. Tijdens het oefenen kwamen we er achter dat die snelle versie helemaal niet zo goed ging. Ik adviseerde haar om dan maar de langzame versie in te studeren. Op de les moest ze uitleggen waarom ze voor de langzame versie had gekozen. Nadat de docent het had aangehoord complimenteerde hij haar met het feit dat ze dan maar voor de langzame versie had gekozen. En ik zat als trotse papa te glimmen, dat ze het compliment zelf had verdiend door mijn advies op te volgen.

Tip 4: Oefen op een vast tijdstip

Met drukke agenda's is dit wel het lastigste probleem. Meestal oefent mijn dochter 's middags, soms 's avonds na het eten, kort voor het naar bed toe gaan. Doordat zij de oudste is gaat zij als laatste naar bed en dan is er een mooi half uur van ongedeelde aandacht. Een ander moment waarop ik haar ook wel eens laat oefenen is (bijna) direct nadat ze uit school komt. Het meest ideale is als je iedere dag op een vast tijdstip kunt laten oefenen. Ik wil zelf streven naar: iedere dag uit school.

Tip 5: Laat ze met zoveel mogelijk vormen van muziek in aanraking komen

Dat zijn er alles bij elkaar genomen nogal wat. Ik speel zelf muziek, mijn dochter heeft haar eigen lessen, daarnaast speelt ze af en toe voorspeelavonden of concerten. Ook speelt ze in de schoolband van de basisschool. Dat is vooral gezellig en levert tevens een aantal optredens op waar ze altijd met veel plezier naar uit kijkt. Maar ook ziet ze waartoe al dat lessen en oefenen dient. Ook heb ik haar eens mee genomen naar een concert van harpiste Lavinia Meijer. Dat vond ze een hele bijzondere en leuke ervaring.

Conclusie

Het ziet er allemaal fantastisch uit. En dat is het ook. Veel valt of staat ook met mijn affiniteit voor het instrument en de lessen van mijn kinderen. Met mijn oudste dochter is dit nauwelijks een probleem. Met mijn zoon is dit een ander verhaal. Ik heb geen affiniteit met slagwerk of drums en het tikken van ritmes. Het is altijd een zwak punt van mij geweest. Hij zal dan ook mijn beproeving worden zodra hij op drumles gaat. Maar: zijn stralende gezicht en zijn enthousiasme zodra hij achter het drumstel gaat zitten, vergoeden wel ongelooflijk veel.

Verder lezen:

2

Een andere passie: muziek

Het onderwerp muziek is nieuw op mijn weblog. Ik weet nog niet of ik er vaker over zal schrijven. De afgelopen jaren hebben zich in mijn leven op dit punt bijzondere ontwikkelingen voor gedaan, die ik graag met de lezers van het weblog wil delen.

Toen ik acht jaar was ben ik blokfluit gaan spelen. Ik bleek er vrij handig in te zijn en maakte snel vorderingen. Les kreeg ik van een lerares die schoolmuziek en piano als hoofdvak had gestudeerd aan het conservatorium. Blokfluit was voor haar een bijvak. Na een jaar of vijf/zes kon zij mij geen les meer geven en stapte ik over naar een andere blokfluitlerares. De blokfluitlessen waren nu niet meer in mijn woonplaats Raalte, maar in Deventer, onder de rook van de Adelaarshorst. Dit betekende wel dat ik er twintig kilometer voor moest reizen en ook dat ik, tot mijn grote verdriet, niet meer kon voetballen.

Rond die tijd bezocht ik eens bij toeval de open dag van het conservatorium in Zwolle. Ik was diep onder de indruk en wilde graag naar het conservatorium. Dat besluit stond voor mij vast en ik had er mijn zinnen op gezet. Vanaf dat moment stond voor mij alles, zo leek het, in het teken van het conservatorium. Zowel de blokfluitlessen als de keuzes die ik op de Mavo en de Havo maakte met betrekking tot mijn vakkenpakket. Ik wisselde op de Havo aardrijkskunde in voor muziek. Iedereen op school wist dat ik er mijn zinnen op had gezet: Guus zou naar het conservatorium gaan.

In juni 1990 mocht ik bij de conservatoria van Zwolle en Utrecht voorspelen. Als donderslag bij heldere hemel kreeg ik de mededeling dat ik niet werd toegelaten. Niet in Zwolle en ook niet in Utrecht. Het was een klap in mijn gezicht. Ooit had ik mij voorgenomen dat ik nooit meer een blokfluit aan zou raken als ik niet door de toelatingsexamens kwam. En dat gebeurde ook.

Wat ging er nu eigenlijk fout? Terugkijkend ging er heel veel fout. Professioneel muziek maken is meer dan alleen je hoofdinstrument goed bespelen. Je moet ook (redelijk) goed kunnen zingen. Daarnaast is het fijn als je een ander instrument bespeelt, zodat je je leerlingen kunt begeleiden. Verder moet je ook solfège (muziekdictees en ritmes tikken) goed beheersen. Tenslotte had ik een te rooskleurig beeld van mijn vaardigheden: die waren niet zo goed als ik zelf wel dacht. Dit blijkt uit het feit dat ik ook niet tot de vooropleiding werd toegelaten.

In de negentien jaar die volgden heb ik amper een instrument aangeraakt. Ik sprak er over met een vriend die goed thuis is op muziekgebied. Langzamerhand ging ik er anders over denken. Ik ontdekte dat muziek voor mij ook ontspanning betekent. Ik wilde wel een ander instrument gaan bespelen. Een blokfluit heeft zo zijn beperkingen, ook al wordt het instrument soms gigantisch onderschat. Zo heb je maar een beperkt repertoire en komt een blokfluit niet voor in symfonie- en harmonieorkesten. Mijn vriend adviseerde mij voor een houtblaasinstrument te kiezen om zo optimaal te profiteren van de basis die ik al met mijn blokfluitlessen had gelegd. Een klarinet leek me wel wat.

Alles kwam in een stroomversnelling toen in 2009 mijn oudste dochter (toen 7) meldde dat ze in het schoolorkest wilde spelen en dwarsfluit wilde gaan spelen. Door haar aangestoken switchte ik op het laatste moment naar de dwarsfluit. Ik verwachte daar nog ietsje meer voordeel van te hebben. Tegelijkertijd met mijn dochter begon ik in 2009 aan mijn muzieklessen.

Het was heel spannend. Ik was enorm bang dat ik het niet leuk zou vinden. Niets bleek minder waar. Ik heb redelijk fanatiek gestudeerd al die tijd en kreeg meer vrede met het gegeven dat ik de rest van mijn muzikale loopbaan als amateur zal slijten. Ik hoefde me nu niet te bekommeren om dingen die mij minder goed liggen en die ik niet leuk vond, zoals de solfège of het zingen. Ook kon ik zelf bepalen hoeveel tijd ik aan mijn hobby besteed. Een belangrijke mijlpaal had ik hiermee voor mezelf overwonnen.

Helaas moest ik, door omstandigheden gedwongen, na twee jaar de muzieklessen weer opzeggen. Toch wilde ik wel door gaan. Ik ging op zoek naar alternatieven. Mijn vriend had al jarenlang getracht mij te overreden om lid te worden van het harmonieorkest van Brakkenstein (Nijmegen). Daar moest ik nu weer aan denken en ik besloot lid te worden. Het was één van de beste beslissingen in mijn leven.

Al vanaf de eerste repetitie heb ik me er thuis gevoeld. De mensen maken er graag een praatje met je en helpen je om je thuis te voelen. Er zijn veel leuke activiteiten. Niet alleen op muziekgebied, maar ook om de onderlinge band te verstevigen.

Voor mij heeft muziek daarmee een extra dimensie gekregen. Op de eerste plaats is het een ontspannende bezigheid voor mij zelf. Maar met een harmonieorkest doe je nog meer: je zorgt met je orkest voor de muzikale omlijsting van een evenement en zorgt er zodoende voor dat ook andere mensen plezier hebben van de muziek die jij maakt. En dat is ook heel veel waard.

0

Hannover gaat Europa in

De vorige keer dat ik over Hannover 96 schreef, had de club één van de meest bewogen seizoenen uit de clubhistorie achter de rug. Het is nu meer dan een jaar later en ik kan weer een hoofdstuk aan die clubhistorie toevoegen. Het was kort nadat ik mijn laatste bezoek bracht aan een wedstrijd van Hannover 96.

Sindsdien is er veel veranderd en lijkt de wedstrijd in Bochum eeuwen geleden. Hannover heeft een metamorfose ondergaan. Er zijn veel spelers vertrokken. Nieuwe spelers kwamen en ook de speelstijl werd aan gepast. Hannover 96 speelde haar beste seizoen ooit en sloot dit af met een vierde plaats aan het einde van de competitie. Hiermee heeft de club zich ook geplaatst voor Europees voetbal. Hannover is het vorig seizoen berucht geworden vanwege haar countertactiek. In vrijwel alle wedstrijden had de ploeg minder dan 50% balbezit. Desondanks werden negentien wedstrijden gewonnen. In veel wedstrijden had de ploeg aan een paar kansen voldoende om te winnen.

Dit heeft alles te maken met de visie van trainer Slomka. Binnen tien seconden moet een ingezette aanval worden afgesloten. Hierdoor is het voor de tegenstander heel moeilijk om zich op de ploeg in te stellen.

Het hoogtepunt heeft inmiddels een verder vervolg gekregen. In het seizoen 1992-1993 mocht Hannover 96 voor het laatst aantreden in de toenmalige Europacup 2. Dat was de Europacup voor bekerwinnaars. Normaal gesproken speelde in deze Europacup slechts één club per land. Het seizoen er voor echter had Werder Bremen de Europacup gewonnen en mocht als titelverdediger meedoen. En laat het lot bepalen dat uitgerekend die andere Duitse club de tegenstander van Hannover 96 is. Niet alleen dat was een anticlimax. Ook de wedstrijden zelf verliepen teleurstellend. De uitwedstrijd in het verre Bremen werd met 3-1 verloren. De returnwedstrijd in het eigen stadion werd gewonnen met 2-1, maar het was niet voldoende om een ronde verder komen.

Dit seizoen (2011-2012) is echter alles anders. Hannover mocht vanaf de laatste kwalificatieronde meespelen om een plekje in de groepsfase van de Europa League. Hannover trof het zwaarste lot: FC Sevilla. Deze Spaanse club had in vorige edities van het toernooi al Schalke en Dortmund verslagen. De eerste wedstrijd thuis werd echter met 2-1 gewonnen. Afgelopen donderdag vond de returnwedstrijd in het bloedhete Sevilla plaats. Die wedstrijd werd met 1-1 gelijk gespeeld. Dat was voor Hannover voldoende om door te gaan naar de groepsfase. In die groepsfase komen ze uit tegen Standaard Luik, FC Kopenhagen en Vorskla Poltawa (Oekraïne). Dit betekent dat ze in Hannover tot december verzekerd zijn van Europees voetbal.

Het werd gevoeld en gevierd als een hoogtepunt in de clubgeschiedenis. De overwinning tegen Sevilla werd gevierd alsof zojuist de Europacup was gewonnen. Toch is iedereen het er over eens dat Hannover zich vooral op de competitie moet concentreren en dat de Europacup een leuk extraatje is.

Wie had dat kunnen denken na de dood van Robert Enke op 10 november 2009?

De foto bij dit blogbericht is afkomstig van Andimoe, via Flickr.