0

Google Chrome: een update

Al eerder schreef ik een blogpost over mijn rivellagevoel bij Google Chrome. Het is hoog tijd voor een update, want er is veel veranderd.

Het begon allemaal enkele weken geleden. Twee collega's van mij meldden dat ze Google Chrome op het werk hadden uitgeprobeerd. Hun conclusie was dat die lekker snel was. Daarop heb ik direct de browser op mijn werkcomputer geïnstalleerd. Alles ging goed en lekker snel inderdaad. Toch waren er nog twee problemen:
1: De webapplicatie waarmee ik mijn documenten op het werk invoer gaf problemen. Hij liep vast, sloeg dingen niet op of verloor alle gegevens die ik had ingevoerd. Onze applicaties worden alleen maar voor Internet Explorer gebouwd. In 99% van de gevallen werkt het ook onder Mozilla Firefox. Maar: klagen dat iets niet werkt onder Google Chrome gaat niet helpen op mijn werk. Ik zal vermoedelijk een stel gefronste wenkbrauwen te zien krijgen.

2: Sinds ik Mozilla Firefox gebruik, ben ik aan twee dingen verslaafd geraakt: tabbed browsing en extensies. Iedere zichzelf respecterende browser heeft tegenwoordig tabbed browsing, dus dat is het probleem niet. Die extensies wel en tot voor een paar dagen was dat met Google Chrome ook het geval.

Toen Jan Klerk enkele dagen geleden aankondigde dat er nu ook extensies beschikbaar waren, sprong mijn hartje op. Ik heb het direct thuis uitgeprobeerd en mijn favoriete extensies geïnstalleerd.

Welke extensies gebruik jij?

Extensies voor Twitter en Delicious mis ik altijd als eerste. Ik wil uit de losse heup pagina's op kunnen slaan in Delicious om ze later op mijn gemak te kunnen bekijken (en ja: dat doe ik ook). Ook Twitter wil ik snel kunnen bedienen, liefst via de browser en niet via een aparte applicatie. Read it Later en Evernote gebruik ik wat minder, maar heb ik er toch tussen gezet. Nieuwkomers voor mij zijn Google Calendar en Google Tasks. Na mijn cursus timemanagement wil ik graag met Google Tasks gaan experimenteren.

Conclusie

De conclusie. Het voelt aan alsof Google Chrome met een achterstand is begonnen en van 0 km/u naar 200 km/u is geaccelleerd. Een TGV die langzaam startte en met een noodgang de concurrenten op gaat rollen. Vanaf nu vormen ze een serieuze bedreiging voor Firefox, maar ook Internet Explorer gaat steeds bleker afsteken bij deze nieuwe generatie browsers. De toekomst zal uitwijzen of dit ook echt zo is, want de concurrentie inhalen met dezelfde snufjes, maar dan net ietsje beter,is één ding. Een browser verder ontwikkelen met nieuwe handige snufjes of een compleet andere "browse-ervaring" is iets heel anders.

Ps: Ik krijg steeds meer zin om die foeilelijke voorkant van dit blog eens flink onder handen te gaan nemen, die vogel eens een schop te geven, andere kleurtjes ander lettertype. Kortom: tijd voor een facelift of extreme-makeover.

2

Read It Later

Goed. We hebben de smaak te pakken, dus we slingeren er gewoon nog een blogpost achteraan. Dit keer speciaal aandacht voor een nieuwe ontdekking van me: Read It Later.

Doordat ik veel blogs lees heb ik ook behoefte aan structuur bij het verwerken van al die informatie. Maar wat is veel eigenlijk? Ik heb op dit moment 104 abonnementen op allerhande feeds. Er zijn mensen die dat nog maar weinig vinden, terwijl ik anderen een lekkende hartklep bezorg als ik vertel dat ik 104 abonnementen heb lopen. Hoe dan ook: ik heb behoefte aan structuur bij het verwerken van al die ruis, eh informatie. Vandaar dat ik aangenaam getroffen werd door een bericht op één van mijn favoriete weblogs: http://www.lifehacking.nl. Nog wel van de hand van good-old Joost Plattèl.

Veel informatie belandt bij mij op de stapel “later lezen”. Daarvoor heb ik binnen Delicious ook een tag aangemaakt, n.l. 2read, maar de praktijk is dat ik er daarna nauwelijks meer toe kom om het te lezen. De 2read tag ken ik momenteel ook nauwelijks meer toe. Het eind van het liedje is dat ik dan toch weer wat zit te pieren met die sterretjes in Google Reader.

Nadat ik bovenstaand bericht had gelezen heb ik direct de plug-in gedownload en ik werd aangenaam verrast door de eenvoud er van. Je gaat gewoon naar de site van Read It Later en klikt daar op de button die op jouw situatie van toepassing is. Het resultaat is in mijn geval dat ik de zoveelste plug-in van Firefox te pakken heb.

Zodra je de browser weer opnieuw opstart, staan er in de adresbalk en de statusbalk rechtsonder een vinkje. Hiermee kun je pagina’s in je leeslijst zetten. Onder het vakje: bladwijzers is een mapje aangemaakt, waarin de pagina’s staan die je in je leeslijst hebt opgenomen. Je hoeft niet eens meer een account aan te maken: dat is al automagisch gebeurd. Je hebt dan wel een account naam met een veelzeggende naam als: ljf68id.

“Maar ik werk op meerdere pc’s: twee thuis en één op het werk, hoe moet dat nu?,” vraag je je wellicht af. Je kunt op eenvoudige wijze de accountnaam veranderen in iets dat je beter kunt onthouden en vervolgens op alle pc’s die je gebruikt gaan synchroniseren.

Maar het mooiste vind ik nog dat die vinkjes niet alleen in je browservenster verschijnen, maar ook in je Google Readerlijst. Kleine moeite om een vinkje te zetten bij iets wat je later nog eens op je gemakje wilt lezen. En als je klaar bent, verwijder je het vinkje weer.

1

19 januari

19 januari. Dat was de laatste dag waarop ik het laatste bericht op dit blog zette. Ik werd daar nog even fijntjes op gewezen door Edwin. In een reactie op zijn blogpost liet ik hem weten, dat ik er een blogpost aan zou wijden. Belofte maakt schuld, dus bij deze.

Een beetje dramatisch is het allemaal wel, want uitgerekend een jaar na de feestelijke opening moet ik gaan verantwoorden waarom ik zo weinig schrijf. Helemaal onverwachts komt dit overigens niet, want al in die eerste blogpost melde ik dat ik niet zo goed was in het bijhouden van weblogs.

Eén oorzaak is in elk geval gelegen in de privésfeer. Hierdoor kon ik een groot deel van maart niet bloggen. Ik merk dat het vervolgens in de periode er na heel moeilijk is om de draad weer op te pakken.

Ik blog graag in samenwerking, omdat ik dan even mijn benen stil kan houden als ik zelf geen inspiratie heb. Tot luiheid dreigt het wel te leiden, want daardoor ga ik minder actief op zoek naar onderwerpen. Bij de blogs op mijn werk merk ik dat het goed is om af en toe actief op zoek te gaan naar geschikte onderwerpen en dat er zo vanzelf leuke ideeën boven komen drijven. Dus belangrijk: actiever op zoek gaan naar onderwerpen die mij bezig houden. Of beter: schrijf eens vaker over de zaken die je interessant vindt.

Sinds bijna een jaar houd ik me bezig met twitteren. Ik merk dat dat veel laagdrempeliger en persoonlijker is: je slingert iets direct in een kort zinnetje het internet op en klaar is kees. In vergelijking daar mee is bloggen een zware bevalling. Je moet inspiratie hebben om een gemotiveerde blogpost te schrijven, vervolgens moet je de tijd nemen om het allemaal mooi op papier te zetten en online te plaatsen. Het liefste zou ik zien dat iedere blogpost een mooi stukje literatuur was, maar dat gaat nu eenmaal niet.

Overigens zal ik nooit een veelposter worden. Ik geloof heilig in het principe dat kwaliteit boven kwantiteit gaat en dat eventuele lezers daar meer aan hebben dan aan dagelijks vijf nieuwe posts van mijn hand. Even om misverstanden te voorkomen: dit is geen kritiek aan het adres van Edwin: iedereen moet in deze doen wat bij hem of haar past. Maar goed: het wordt tijd dat er weer leven in de tent komt.

0

Ding#13: Online kantoortoepassingen

Terwijl deze dagen ook Google getroffen wordt door de kredietcrisis zit ik al weken aan te hikken tegen opdracht nummer 13. Ik zal in deze post kort uiteenzetten wat online kantoortoepassingen zijn, wat hun voor- en nadelen zijn en hoe ik ze persoonlijk in zet. Ik zal dan ook in gaan op de relevantie van bovenvermelde link.

Google Docs is beschikbaar als je een Google-account hebt. Het is mogelijk om tesktdocumenten, presentaties en spreadsheets te maken. Je hebt de mogelijkheid om ze direct via het web een document te creëren of om een document te uploaden/importeren. Vervolgens heb je dan weer de mogelijkheid om een document te exporteren, om het te delen met anderen of om het te publiceren op een webpagina.

Via Zoho heb je meer mogelijke toepassingen. Je kunt er met een Yahoo of Google-account inloggen en dan ligt een heel scala aan kantoortoepassingen aan je voeten, waarvan de belangrijkste extra uitbreiding: het creëren van wikipagina’s. De url wordt ter plekke gegenereerd en dat grapje kun je naar believen herhalen.

Voordelen van kantoortoepassingen zijn:


  • Er is geen installatie nodig op je computer.
  • Je hebt je documenten altijd en overal bij de hand, waardoor ook samenwerking makkelijk is.
  • De toepassingen zijn meestal gratis.
  • Je kunt deze toepassingen gebruiken bij verschillende bestandsformaten bij blogs of andere webpagina’s.

Nadelen van kantoortoepassingen zijn:

  • Je moet webtoegang hebben. Het is anno 2009 bijna niet te geloven, maar er zijn nog altijd plekken op deze wereld waar je geen toegang tot het web hebt.
  • Als de aanbieder de dienst stopt, ben je de spullen kwijt. Dat is de relevantie met de link aan het begin van deze post: Helemaal ondenkbeeldig is het risico dus niet.
  • Je hebt een googleaccount nodig (in het geval van Google Docs). Dat is te ondervangen door bijvoorbeeld uit te wijken naar Zoho.
  • Het is onduidelijk hoe het met privacy zit. De documenten worden niet geïndexeert, maar ze staan wel op de servers van Google en je weet niet of men ze in de toekomst alsnog wel gaat indexeren.
  • Je hebt minder uitgebreide mogelijkheden dan bij computers. Die beperkingen zitten vooral in de opmaak van documenten, het creëren van inhoudsopgaves, indexen en voetnoten.
  • Een laatste nadeel is dat alleen documenten met een beperkte omvang opgeslagen kunnen worden.

De twee lijstjes doen vermoeden dat ik niet zo kapot ben van online kantoortoepassingen. Dat is ook zo en dat komt doordat de nadelen voor mij toch wel zwaar wegen. Overigens geloof ik ook niet dat online kantoortoepassingen de “gewone” kantoortoepassingen zullen gaan vervangen. Ze hebben ieder hun specifieke sterkes en zwaktes.

Dat wil niet zeggen dat ik kantoortoepassingen niet gebruik. Ik gebruik ze meestal voor korte documenten die niet zo privacygevoelig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om blogposts of om een lijst met parkeerplaatsen en hun gps-coördinaten op weg naar mijn vakantiebestemming. Vanuit Google Docs heb ik zodoende meermaals mijn blog geüpdate. Of om documenten neer te zetten die ik op meerdere plekken nodig heb.

2

E-mail is zo 1900...

Het moet eind 1993 of begin 1994 geweest zijn dat we op de Bibliotheekopleiding het wonder ontdekten: e-mail! We voelden ons de koning te rijk. Kon je zomaar een berichtje sturen naar iemand die een lokaal verder zat. Of met een docent e-mailen. Met Pegasusmail, ook wel pmail genaamd, konden we de hele wereld aan. Pegasus Mail gebruik ik nog steeds met erg veel liefde en plezier overigens.

Edwin hat het er laatst nog over: het beantwoorden van e-mail wordt steeds meer een sleur. Ook ik betrap mezelf er op, dat ik e-mails langer laat liggen. Het kost veel tijd om ze te beantwoorden. Ik heb steeds meer moeite met toepassingen die veel tijd kosten: het schrijven van blogposts kost tijd, net als het lezen en schrijven van een e-mail of het bouwen van een podcast. Je moet er speciaal voor gaan zitten, goed lezen en dan nog goed formuleren ook. Ik moet bekennen: af en toe begin ik e-mail zelfs een beetje ouderwets te vinden. Ik zit er hoe langer hoe meer tegenaan te hikken om de elektronische post te beantwoorden. Om nog maar te zwijgen over mailboxen die te vol zitten.

Onlangs had ik het nog. Al jaren geleden heb ik mijn lidmaatschap van de Nedbib-L mailinglijst opgezegd, vanwege een in mijn ogen verziekte discussiecultuur. Je mist echter ook wat er speelt binnen het vakgebied en dus besloot ik kort geleden maar weer lid te worden.  Ik was in ieder geval dolgelukkig dat ik alle discussies van die lijst nu via RSS binnen kan laten komen. De mails laat ik in Gmail binnenkomen met een filter: inbox overslaan en direct labelen die hap. Dat is mijn standaardbehandeling voor alles wat via abonnementen binnen komt. Tot en met de folders van de Lidl aan toe.

Ik ben tegenwoordig lid van twee Fora die draaien op de software van PHPbulletinboard. Dat laatste vind ik heerlijk, want je hebt geen e-mailadres meer nodig. Alle communicatie handel je via de forumssoftware af. Daar waar het ook hoort. Het enige nadeel is dat je geen bestanden over kunt sturen. Dat heb ik echter nog slechts één keer bij de hand gehad.

En voor de rest? Nee, geen Eurocard/Mastercard, maar Google Talk. Voor een select gezelschap (vrouw, schoonzus, een stel vrienden en oh ja, mijn chef (want vriend)). Ook Twitter is aan het uitgroeien tot een mogelijkheid korte berichtjes uit te wisselen en op elkaar te reageren. Dat kan ook in een vertrouwelijke setting als dat gewenst is. Twitteren kun je in een paar seconden.

Als je het daar mee vergelijkt dan wordt e-mail ineens zo'n langzaam medium. Het is zo 1900.



1

Twitter

Al een tijdje liep ik rond het idee om een post te schrijven over mijn ervaringen met Twitter. Dymphie was mij echter voor. Het voelt een beetje als na-apen, maar gelukkig zijn mijn ervaringen andere dan die van Dymphie :-).

Hoe is het zo begonnen? Sinds augustus 2008 ben ik gaan twitteren, nog niet zo heel lang dus. Weliswaar had ik al langer een account, maar ik deed er niks mee. Via zijn site stuite ik op de tweets van Jan en ontdekte zo dat hij zelfs in zijn vakantie nog berichtjes kon posten. Dat vond ik zo fascinerend, dat ik koste wat koste wilde weten hoe hij dat nu voor elkaar kreeg. Met wat stoeien is het me gelukt en direct ben ik zelf mee gaan twitteren, deels ook vanuit de vouwwagen.

Al snel heb ik meer mensen toegevoegd en kort daarna ben ik ook begonnen met mijn blog. Hierdoor gingen ook meer mensen mijn tweets volgen en ik op mijn beurt weer hun tweets. Aanvankelijk vond ik het een leuk speeltje en zag ik nauwelijks nuttige toepassingen, maar over dat punt ben ik al lang heen. Ik probeer nu wel vaak wat gerichter te berichten over dingen die op het werk gebeuren of zaken die ik aan het uitproberen ben op het gebied van 2.0.

Welke applicaties gebruik ik? Het liefste gebruik ik Twitterfox. Op alle computers die ik regelmatig op het werk of thuis gebruik, heb ik het inmiddels geïnstalleerd. Daarnaast gebruik ik BeTwittered op mijn Google Homepage. Verder heb ik op twee computers thuis Tweetdeck geïnstalleerd, maar echt warm kan ik er nog niet van worden. Ik heb ook nog Thwirl geïnstalleerd gehad, maar die is inmiddels al weer van de computer verdwenen. Momenteel geef ik voor dit soort toepassingen voornamelijk de voorkeur aan webbased applicaties.

Ook heb ik eenmaal geëxperimenteerd met Remember The Milk om alarmen te krijgen voor "to do" lijstjes. Ik kreeg al snel hele hordes vage types (vooral vrouwen of "vrouwen") achter me aan die ik geblokt wilde hebben. Ben er toen mee gestopt en ik was meteen van mijn problemen verlost.

Wat heeft Twitter mij opgeleverd?
* Veel vakgenoten, waarmee ik voorheen geen contact had
* Veel vakgenoten uit alle hoeken en gaten van de bibliotheeksector. Dit is erg leerzaam en maakt het nòg leuker dan het al was om met vakgenoten contact te onderhouden. Zo volg met heel veel belangstelling alles wat in de openbare bibliotheeksector gebeurt.
* Veel tips op het gebied van web 2.0 toepassingen
* Inspiratie voor blogposts
* Ook bijzonder is de nieuwe dimensie die mijn contact met collega Wouter heeft gekregen.
* Mijn echtgenote vindt bloggen maar niets, maar twitteren is wel haar ding. Dus ook mijn huwelijk heeft weer een nieuwe dimentie (of was het dementie?) gekregen ;-). ("Is jullie huwelijk al zover heen, dat jullie alleen nog via Twitter communiceren?")
* Ik merk duidelijk dat ik een voorkeur ga ontwikkelen voor hardlopende twitterende collegae met jonge dan wel opgroeiende kinderen. Even serieus: dat is de situatie waarin ik op dit moment verkeer en ik merk gewoon dat dat een band schept.
* Ook veel grappige, humoristische momenten.
* Gecontroleerd stoom afblazen doe ik ook graag.

Ik ben nog druk aan het ontdekken aan Twitter. Ik lees dan ook graag en veel tips over het gebruik van Twitter, maar wereldschokkend nieuwe dingen ben ik er nog niet tegen gekomen. Ik probeer het ook voor andere onderwerpen die mijn interesse te gebruiken, maar daarvan is het me nog niet goed gelukt om het zo mooi voor elkaar te krijgen als voor het bibliotheekvak.

Wat moet ik verder nog over kwijt? Ik vind het fascinerend om een berichtje in 140 tekens te proppen en dat daar zoveel leuke dingen uit voort komen.

Plaatje is afkomstig van mfilej, via Flickr

0

Ding#12: Spelen in de zandbak van de 23 Dingen wiki

Eerst even teruggrijpen op de vorige post over Ding#11. Dymphie attendeerde mij er op dat er nòg een wiki is die ik zou moeten kennen: die van de NL-biblioblogs (en tweets) natuurlijk. Hoe kon ik die nou vergeten? Bij deze dus even recht gezet.

Ik heb lekker liggen spelen in de zandbak van de 23 dingen wiki. Nadat ik het zand van me af heb geklopt kan ik concluderen dat dat een erg leuke wiki is. Ik heb een favoriete film en wel twee favoriete vakantielanden toegevoegd. Je doet er meteen veel nieuwe ideeën op voor fietstochten en andere vakantielanden overigens.